Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017
Onder 4.10. Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1281.
“4.16. In artikel 11, lid 1, van de Wet BRV is geregeld dat bij de verkrijging van een erfdienstbaarheid of een recht van erfpacht, opstal of beklemming de waarde van deze rechten wordt vermeerderd met die van de canon, de retributie of de huur, met dien verstande dat de som van beide waarden niet hoger wordt gesteld dan de waarde van de zaak waarop het recht betrekking heeft. Op belanghebbende rust de bewijslast ter zake van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat in het onderhavige geval de waarde van de (…) rechten vermeerderd met de gekapitaliseerde waarde van de erfpachtcanon en de opstalretributie (…), hoger is dan de waarde van de zaken waarop deze rechten betrekking hebben. Belanghebbende heeft onvoldoende aangevoerd om aannemelijk te maken dat de som van beide waarden de waarde van de zaken waarop de rechten betrekking hebben overtreft. De enkele stelling van belanghebbende dat de koopsom die zij, door middel van een biedingsproces, ter zake van de (…) rechten is overeengekomen met [E] B.V. als waarde in het economische verkeer van de zaken waarop deze rechten betrekking hebben, dient te gelden is hiertoe onvoldoende. Die stelling laat immers onverlet dat de waarde van de door belanghebbende verkregen rechten neerwaarts wordt beïnvloed door de waarde van de ter zake van de erfpachtcanon en de opstalretributie overeengekomen schuldplichtigheid. Belanghebbende heeft geen inzicht verschaft in de waarde van het kantoorgebouw [A] ten tijde van de onderwerpelijke verkrijging, zodat niet kan worden geoordeeld dat de onderhavige heffingsgrondslag de waarde van die onroerende zaak overtreft. De stelling van belanghebbende dat zij tegen de tijd dat de periode van de afgekochte erfpachtcanon respectievelijk opstal-retributie afloopt, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, niet meer de eigenaar van het [A-complex] zal zijn, kan voorts aan de toepassing van artikel 11 van de Wet BRV geen afbreuk doen, noch wettekstueel, noch naar de strekking van die bepaling.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eafbde42b450d14cfb4fb89b470d2b0272c09a1dee49cb4f70d74957a37cdfb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eafbde42b450d14cfb4fb89b470d2b0272c09a1dee49cb4f70d74957a37cdfb, en de alinea staat in dat document op bytes 48154 tot 50182.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2eafbde42b450d14cfb4fb89b470d2b0272c09a1dee49cb4f70d74957a37cdfb | shasum -a 256