Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017

Onder 2.20 ( Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1282.

Voorzichtige) aanwijzingen dat in Duitsland een vergelijkbare benadering stoelend op een rol voor de uitvindingsgedachte kan worden gezien, zijn te vinden (maar ik realiseer mij dat de hoofdlijn daar toch echt is dat “Patentansprüche” prominent(er soms dan in Nederland) “voorrang” hebben, zoals dat daar heet): bij het beoordelen van de beschermingsomvang moet worden meegewogen wat de objectieve bedoeling van de uitvinding is . Bij het vinden van een evenwicht tussen billijke bescherming van de octrooihouder (“angemessener Schutz” – “fair protection”) en een redelijke rechtszekerheid voor derden (“ausreichende Rechtssicherheit für Dritte” – “reasonable degree of certainty”) vindt men bijvoorbeeld dit bij Rinken in de laatste druk van Schulte van dit jaar :

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79ef7cf21a0854c9b4ac584196e46fd4b25c966173517a1165dc49186b86672a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79ef7cf21a0854c9b4ac584196e46fd4b25c966173517a1165dc49186b86672a, en de alinea staat in dat document op bytes 100435 tot 101376.