Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017

Onder 1 Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1282.

Ik meen dat de afstandsleer stamt uit het tijdperk van de verlaten beschermingsomvangsleer van het wezen en niet (meer) past binnen de juiste toepassing van art. 69 EOV volgens het daarbij behorende Uitlegprotocol, zoals die langzamerhand ook in Nederland raakt uitgekristalliseerd. Omdat de uitvindingsgedachte naar geldend Nederlands octrooirecht niet langer uitgangpsunt is voor de bepaling van de beschermingsomvang, maar wel een gezichtspunt is dat daarbij een rol kan spelen, geloof ik dat praktisch gesproken tot een stelsel gekomen kan worden dat dicht in de buurt komt van de afstandsleer: je kan volgens mij wel art. 69 EOV-conform in het kader van het gezichtspunt van de uitvindingsgedachte mee laten wegen of er volgens de gemiddelde vakman een intentie is geweest om de beschermingsomvang te beperken. Dat is op de keper beschouwd de methode die het hof heeft gehanteerd in het in onze zaak aangevallen arrest. Dit is een nuance anders dan de afstandsleer zoals we die kennen (geen aardverschuiving), maar zal in de praktijk qua uitkomst nogal eens overeenkomstige resultaten geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79ef7cf21a0854c9b4ac584196e46fd4b25c966173517a1165dc49186b86672a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79ef7cf21a0854c9b4ac584196e46fd4b25c966173517a1165dc49186b86672a, en de alinea staat in dat document op bytes 6242 tot 7491.