Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017

Onder 2.37 Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1282.

Terzijde: daarmee wil overigens niet gezegd zijn dat er geen vraagtekens te plaatsen zijn bij deze (in cassatie grotendeels feitelijke) excercitie van het hof. Daar is natuurlijk voorzichtigheid bij geboden, maar ik wil niet onvermeld laten dat annotator Reeskamp (BIE 2016/23, p. 152-154 onder 17-31) hier bijvoorbeeld zeer kritisch over is. Is de uitvindingsgedachte hier wel voldoende duidelijk kenbaar (onder 18-21)? Er zijn bepaald kanttekeningen te plaatsen bij de in aanmerking genomen “non-afstandsindicates” van het hof (onder 22-24). Kan algemene vakkennis ter bepaling van de beschermingsomvang in het voordeel van de octrooihouder worden aangewend (onder 25-27)? Wordt een derde zo niet gedwongen het verleningsdossier te raadplegen (onder 27-29)? Hij meent dat het primaat van de conclusies in deze uitspraak “nog maar betrekkelijk weinig voorstelt” en dat het hofarrest zich “wellicht enigszins gechargeerd laat samenvatten met de vuistregel dat de beschermingsomvang zich uitstrekt tot de uitvindingsgedachte, tenzij van disclaiming sprake is.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79ef7cf21a0854c9b4ac584196e46fd4b25c966173517a1165dc49186b86672a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79ef7cf21a0854c9b4ac584196e46fd4b25c966173517a1165dc49186b86672a, en de alinea staat in dat document op bytes 143412 tot 144631.