Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017
Onder 2.53 Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1282.
Dat kan ook nog over een andere boeg worden toegelicht. De motiveringsklacht uit subonderdeel 3.4 tegen de laatste volzin van rov. 5.22 (ook onafhankelijk van de afstandsleer zou langs de lijnen van rov. 5.14-5.24 tot dezelfde conclusie zijn gekomen dat paragraaf 7 van de beschrijving niet limitatief is bedoeld voor de zoutclaim uit de conclusie) kan volgens mij niet slagen, omdat deze passage zelfstandige betekenis mist naast de tevergeefs aangevallen eerdere passage uit rov. 5.22 bedoeld in subonderdeel 3.3 (anders gezegd: de gemiddelde vakman zou niet aannemen dat bewust is gekozen alleen de zouten uit paragraaf 7 van de beschrijving te beschermen, dus die paragraaf is niet limitatief bedoeld). Met het een en het ander bedoelt het hof klaarblijkelijk hetzelfde en ik gaf al aan dat dit volgens mij een juiste rechtsregel is die in de plaats kan komen van de afstandsleer die stamt uit de tijd van het wezen, waartegen niet met succes kan worden opgekomen met een motiveringsklacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79ef7cf21a0854c9b4ac584196e46fd4b25c966173517a1165dc49186b86672a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79ef7cf21a0854c9b4ac584196e46fd4b25c966173517a1165dc49186b86672a, en de alinea staat in dat document op bytes 157806 tot 158848.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/79ef7cf21a0854c9b4ac584196e46fd4b25c966173517a1165dc49186b86672a | shasum -a 256