Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017

Onder 2.56 Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1282.

De motiveringsklachten uit 4.1.1-4.1.3 zie ik niet opgaan. Het oordeel over het achterhalen van de uitvindingsgedachte is feitelijk en niet onbegrijpelijk of innerlijk tegenstrijdig. Het hof maakt duidelijk dat de uitvinding ziet op rosuvastatine dat een HMG CoA-reductase remmende werking heeft die beter is dan die van mevinoline (een tot een eerdere generatie behorende statine), zie rov. 2.10 (“EP 471 heeft, anders dan de oorspronkelijke aanvrage waarin door middel van een zogenaamde Markush-formule een groep van verbindingen werd geclaimd, slechts betrekking op rosuvastatine.”) en rov. 5.5-5.7 (octrooi ontsluit 3e generatie statines, meer in het bijzonder rosuvastatine en in de beschrijving vindt de vakman geen aanwijzingen dat speciaal is gezocht naar geschikte zoutvormen); in rov. 5.8 wijst het hof de door Resolution voorgestelde uitvindingsgedachte af – daar gaat het in de aanloop in rov 5.5-5.7 om. De gemiddelde vakman zal zien dat de beschrijving na beperking vanuit de Markush-formule in de oorspronkelijke aanvrage tot alleen rosuvastatinezuur en farmaceutisch aanvaardbare zouten niet is aangepast, iets dat veel voorkomt in de octrooipraktijk. Daar vallen geen argumenten aan te ontlenen, zoals Resolution hier probeert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79ef7cf21a0854c9b4ac584196e46fd4b25c966173517a1165dc49186b86672a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79ef7cf21a0854c9b4ac584196e46fd4b25c966173517a1165dc49186b86672a, en de alinea staat in dat document op bytes 159894 tot 161197.