Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2017

Onder 4.15 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1283.

In de onderhavige casus was tijdig bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking en was de verontreiniging reeds bekend voor het vaststellen van de WOZ-beschikking. De invloed van de verontreiniging is bij de waardebepaling – in eerste instantie – niet meegenomen. Dat had wel gemoeten, aldus de Hoge Raad. Daardoor geldt in casu art. 19, lid 1, onder c, Wet WOZ niet. Zou de bodemverontreiniging zijn geconstateerd na het onherroepelijk zijn geworden van de WOZ-beschikking, dan kan art. 19 de belastingplichtige nog uitkomst bieden. De WOZ-beschikking wordt dan tussentijds gewijzigd, als wordt voldaan aan het 5%-criterium, met een minimum van € 11.345, dan wel een verandering van meer dan € 113.445.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/410caebd4407621fda69854311895fdfdd64986654d2f30865868f9f50be5bfc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 410caebd4407621fda69854311895fdfdd64986654d2f30865868f9f50be5bfc, en de alinea staat in dat document op bytes 123465 tot 124186.