Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017
Onder 2.13. Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1284.
Uit de door mij gecursiveerde passages volgt dat de stelling van de man waarop de vrouw zich beroept, door de man is betrokken in het kader van zijn standpunt dat hij een vergoedingsrecht op de vrouw kan doen gelden omdat zijn inkomen niet toereikend is geweest voor de kosten van de huishouding van beide partijen en deze kosten daarom deels ten laste van de vermogens van beide partijen behoren te worden gebracht. Anders gezegd, de context van de bedoelde stelling van de man is grief IV in het incidenteel beroep, namelijk als toelichting op een door de man gepretendeerde aanspraak. Het hof heeft die stelling niet mede betrokken op grief 16 van het principaal beroep, waar de vrouw zich op het standpunt stelde dat de man moet worden veroordeeld tot betaling van de kosten van de huishouding van de vrouw over de periode vanaf het uiteengaan van partijen en de ingangsdatum van de voorlopige partneralimentatie, en heeft die stelling daarom niet mede gelezen als een erkenning door de man van een door de vrouw gepretendeerde aanspraak. Deze aan het hof voorbehouden uitleg van de gedingstukken is niet onbegrijpelijk. De klacht faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffe19d45a65ed2d063ff37485d92eb79d73d710ba037cbe08dcd360e9a78b1ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffe19d45a65ed2d063ff37485d92eb79d73d710ba037cbe08dcd360e9a78b1ca, en de alinea staat in dat document op bytes 26559 tot 27749.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffe19d45a65ed2d063ff37485d92eb79d73d710ba037cbe08dcd360e9a78b1ca | shasum -a 256