Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017
Onder 2.21. Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1284.
Ook diverse overwegingen van praktische aard pleiten hiervoor. In de eerste plaats is het maar de vraag of de praktijk zich van het onderscheid tussen het geval dat de rechter zelf de verdeling vaststelt en het geval dat hij slechts de wijze van verdeling gelast, wel steeds bewust is. Naar mijn waarneming gaat het om een onderscheid dat in gevallen als het onderhavige uitsluitend van theoretisch belang is. De overeenkomst van verdeling die volgt op de beslissing van de rechter waarbij hij tot in detail de wijze van verdeling heeft gelast, zal doorgaans niet met uitdrukkelijke wilsverklaringen tot stand komen, maar stilzwijgend volgen uit door partijen verrichte uitvoeringshandelingen. Aldus bestaat er in praktisch opzicht geen verschil met het geval waarin de rechter de verdeling heeft vastgesteld. In de tweede plaats kan de rechter de waarde van een te verdelen goed uiteraard niet bepalen met ingang van een datum die ten tijde van zijn uitspraak nog in de toekomst ligt. Een consequent doordenken van de opvatting van het onderdeel leidt tot de gevolgtrekking dat de rechter die de wijze van verdeling gelast, de waarde van het te verdelen goed op het moment van verdeling niet zou kunnen vaststellen en dus ook niet het bedrag van de overbedelingsaanspraak in verband met de door hem bevolen toedeling. Een nieuwe procedure zou nodig zijn om de bedoelde waarde en het bedoelde bedrag vast te stellen. Dat is uiteraard hopeloos onpraktisch. Ten slotte nog, uitgaande van de opvatting van het onderdeel liggen manipulaties voor de hand. Bij een stijgende markt neemt de overbedelingsaanspraak toe en bij een dalende markt neemt zij af. Het loont dus gemakkelijk voor een van partijen om de overeenkomst van verdeling uit te stellen. Ook daarom behoort de opvatting waarvan het onderdeel uitgaat, niet te worden aanvaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffe19d45a65ed2d063ff37485d92eb79d73d710ba037cbe08dcd360e9a78b1ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffe19d45a65ed2d063ff37485d92eb79d73d710ba037cbe08dcd360e9a78b1ca, en de alinea staat in dat document op bytes 34003 tot 35978.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffe19d45a65ed2d063ff37485d92eb79d73d710ba037cbe08dcd360e9a78b1ca | shasum -a 256