Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017

Onder 2.22. Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1284.

‘3.8.3. Het hof is van oordeel dat aan de vrouw dienen te worden toegedeeld de door de vrouw in productie 28 genoemde “spullen van de overleden moeder van de vrouw” (pagina 1), “persoonlijke spullen van de vrouw” (pagina 2 tot en met 4), alsmede de wieg, de keukentafel met laatjes, het antieke bordenrek, de piano met kruk en lamp. In hetgeen de man te dien aanzien heeft gesteld ziet het hof onvoldoende aanleiding om anders te beslissen. Nu de inboedel voor het overige niet van enige waarde is, althans partijen daarover te weinig hebben gesteld en onderbouwd, en partijen ieder beschikken over een volledig ingerichte woning, zal het hof beslissen dat daarmee de inboedel is verdeeld en partijen over en weer niets meer van elkaar hebben te vorderen.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffe19d45a65ed2d063ff37485d92eb79d73d710ba037cbe08dcd360e9a78b1ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffe19d45a65ed2d063ff37485d92eb79d73d710ba037cbe08dcd360e9a78b1ca, en de alinea staat in dat document op bytes 36304 tot 37085.