Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017

Onder 3.1. Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1284.

De Hoge Raad zag in zijn arrest van 17 oktober 2008, NJ 2009/41 echter wel aanleiding een uitzondering op die regel te maken. In dat geval ging het om aanspraken voortvloeiende uit een tussen de werknemer en diens werkgever in verband met de beëindiging van de dienstbetrekking gesloten overeenkomst, op grond waarvan de werkgever bij die beëindiging een koopsom voor een stamrechtverzekering onder een verzekeringsmaatschappij had gestort en waaruit de werknemer tot de ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen periodieke uitkeringen zou ontvangen, waardoor zijn inkomen zou worden aangevuld tot 70% van zijn laatstgenoten salaris. In die situatie vallen de aanspraken die zien op de periode na de ontbinding van het huwelijk niet in de gemeenschap, nu zij strekken tot vervanging van inkomen dat de werknemer, bij voortzetting van de dienstbetrekking na die ontbinding, zou hebben genoten als de uit een bestaande arbeidsverhouding voortvloeiende aanspraak op voor nog te verrichten arbeid te ontvangen loon, aldus de Hoge Raad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffe19d45a65ed2d063ff37485d92eb79d73d710ba037cbe08dcd360e9a78b1ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffe19d45a65ed2d063ff37485d92eb79d73d710ba037cbe08dcd360e9a78b1ca, en de alinea staat in dat document op bytes 41528 tot 42572.