Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1301.

Rechterlijke instanties beschikken, voor zover ik heb kunnen nagaan, in het algemeen niet over dergelijke richtlijnen of protocollen. In de rolreglementen die op rechtspraak.nl zijn te vinden is hierover niets opgenomen. Wel zijn er (niet gepubliceerde) werkinstructies, waarin bijvoorbeeld is neergelegd hoe inkomende post moet worden behandeld. Op zichzelf is een richtlijn of protocol voor de wijze van afhandeling van brieven of e-mailberichten geen vereiste voor een behoorlijke afhandeling van berichten. Maar als de afhandeling niet goed verloopt, zoals in de onderhavige zaak, is het wel een gemis. Er ontbreekt dan een kader waarop door zowel partijen als gerechtsmedewerkers kan worden teruggevallen voor een duidelijke normstelling op dit vlak. Ik vrees trouwens dat deze zaak in dat opzicht niet op zichzelf staat: klachten dat het moeilijk is om te communiceren met een gerecht, dat geen ontvangstbevestigingen worden verzonden zodat onbekend is of bepaalde stukken (tijdig) zijn ontvangen, dat onduidelijk is of en door wie verzoeken in behandeling zijn genomen, worden vaker gehoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd5c0cb96efe0b8211881e00e61f489528906c7fa67190c1fb29e8100d52f1fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd5c0cb96efe0b8211881e00e61f489528906c7fa67190c1fb29e8100d52f1fe, en de alinea staat in dat document op bytes 33003 tot 34277.