Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1316.

De wetgever heeft met de in art. 1:266 lid 1, aanhef en onder a, BW genoemde grond voor gezagsbeëindiging aangesloten bij die van de ondertoezichtstelling. Een ondertoezichtstelling kan volgens art. 1:255 lid 1, aanhef en onder a, BW worden uitgesproken indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouders de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is, niet of onvoldoende accepteren. Art. 1:255 lid 1, onder b, BW stelt verder als voorwaarde dat er een gerechtvaardigde verwachting moet zijn dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in art. 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. Het ontbreken van deze gerechtvaardigde verwachting is juist voorwaarde voor gezagsbeëindiging krachtens art. 1:226 lid 1, aanhef en onder a, BW. Aldus vormt de grond voor gezagsbeëindiging het spiegelbeeld van de grond voor ondertoezichtstelling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3528ca42b701b5f0efcea242667789e778cc90f914376c156b0fe553a587a20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3528ca42b701b5f0efcea242667789e778cc90f914376c156b0fe553a587a20, en de alinea staat in dat document op bytes 17927 tot 19160.