Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1322.

Volgens het subonderdeel zou het hof in dit licht niet tot het oordeel hebben mogen komen dat, indien de stellingen (a) tot en met (c) van de Stichting geheel of voor een relevant deel juist zouden zijn, voor [eiser c.s.] duidelijk moet zijn geweest dat de brief betrekking had op de vermeende toezeggingen. De in het subonderdeel genoemde stellingen zouden geen andere conclusie toelaten dan dat de vereiste ondubbelzinnige, schriftelijke mededeling ontbreekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbbcaaf720bea912db9051b65fbfd225119fb82be890c951ccaa65217a2daa46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbbcaaf720bea912db9051b65fbfd225119fb82be890c951ccaa65217a2daa46, en de alinea staat in dat document op bytes 45946 tot 46421.