Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017
Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1322.
De genoemde stellingen (i), (iv sub a), (iv sub e), (vi) en (vii) zien op de letterlijke tekst c.q. de formulering van de brief van 2 maart 2005. De klacht houdt in dat deze stellingen zouden zijn miskend. Het hof heeft evenwel (met [eiser c.s.] ) geoordeeld dat de enkele tekst van de brief niet een voldoende duidelijke waarschuwing bevat ter zake van de gestelde toezegging aan [betrokkene 1] (in die zin dat [eiser c.s.] ook na het verstrijken van de verjaringstermijn ermee rekening dienden te houden dat zij de beschikking moesten houden over hun bewijsmateriaal). Dit betekent echter niet dat deze stellingen geen andere conclusie toelaten dan dat de vereiste ondubbelzinnige, schriftelijke mededeling ontbreekt. Er dient door het hof immers mede acht te worden geslagen op de context waarin de mededeling is gedaan en de overige omstandigheden van het geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbbcaaf720bea912db9051b65fbfd225119fb82be890c951ccaa65217a2daa46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbbcaaf720bea912db9051b65fbfd225119fb82be890c951ccaa65217a2daa46, en de alinea staat in dat document op bytes 47206 tot 48086.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbbcaaf720bea912db9051b65fbfd225119fb82be890c951ccaa65217a2daa46 | shasum -a 256