Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017
Onder 4.8. Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1322.
Voor stuiting der verjaring door middel van de op 2 maart 2005 verzonden brieven was nodig dat voor [eiser c.s.] kenbaar was dat in de brieven werd gedoeld op de in dit geding ingestelde vorderingen van [betrokkene 1] . Die kenbaarheid blijkt echter niet uit die brieven. Ten eerste werden deze brieven niet alleen verstuurd namens [betrokkene 1] (toen [betrokkene 1] ), maar ook namens Kalexer II N.V. en Brains International N.V. De brieven strekten blijkens hun inhoud tot stuiting van de verjaring van al hun (dus zowel van [betrokkene 1] als van Kalexer II en van Brains) mogelijke rechtsvorderingen jegens [eiseres 2] naar aanleiding van en/of in verband met de IPO van WOL. De stuitingsbrieven specificeerden dus niet dat het ging om een vordering van [betrokkene 1] ( [betrokkene 1] ) op [eiseres 2] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbbcaaf720bea912db9051b65fbfd225119fb82be890c951ccaa65217a2daa46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbbcaaf720bea912db9051b65fbfd225119fb82be890c951ccaa65217a2daa46, en de alinea staat in dat document op bytes 16169 tot 17131.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbbcaaf720bea912db9051b65fbfd225119fb82be890c951ccaa65217a2daa46 | shasum -a 256