Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017

Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1322.

Subonderdeel 1.1 betoogt dat het hof in rov. 3.18. is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, omdat er geen plaats is voor bewijslevering als niet wordt voldaan aan de eis van een ondubbelzinnige schriftelijke mededeling. Volgens subonderdeel 1.2 zou het hof hebben miskend dat voor het leveren van bewijs geen plaats is nu de vermeende toezeggingen in de brief niet worden genoemd en het hof in rov. 3.16. heeft geoordeeld dat die brief niet een voldoende duidelijke waarschuwing bevat terzake van de vermeende toezeggingen. In dat licht zou van een ondubbelzinnige mededeling geen sprake kunnen zijn. De context waarin de brief is geschreven en de overige omstandigheden van het geval zouden dan niet tot het oordeel kunnen leiden dat die mededeling alsnog voor ondubbelzinnig zou moeten worden gehouden. Een ander oordeel zou de beoogde rechtszekerheid voor de schuldenaar tenietdoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbbcaaf720bea912db9051b65fbfd225119fb82be890c951ccaa65217a2daa46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbbcaaf720bea912db9051b65fbfd225119fb82be890c951ccaa65217a2daa46, en de alinea staat in dat document op bytes 36037 tot 37092.