Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017
Onder 3.8. Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:133.
Op de vaststelling van de feiten en omstandigheden van het geval komt het dus aan, en die kúnnen meebrengen dat aan het voorhanden hebben van gestolen goederen voor het bewijs van diefstal een doorslaggevende rol kan worden toegekend. In het genoemde geval uit 2010 waren de bijkomende omstandigheden het korte tijdsverloop tussen de diefstallen van twee motorfietsen en het aantreffen van de verdachte met een van die gestolen motorfietsen c.q. het nemen van een foto van de verdachte met de andere gestolen motorfiets, alsmede het niet aannemelijk achten van de verklaring van de verdachte voor dit aantreffen (in ‘real time’ en op een foto in verdachtes mobiele telefoon).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8, en de alinea staat in dat document op bytes 18840 tot 19533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8 | shasum -a 256