Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017

Onder 3.14. Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:133.

Een volgende stap, die door de Hoge Raad nog recenter gezet is heeft betrekking op het bewijs van het medeplegen van diefstal, als meerdere verdachten worden aangetroffen met gestolen goederen. Dat kan, met inachtneming van de ‘vooropstelling’ die zo-even is behandeld wijzen op (enige vorm van) betrokkenheid bij diefstal. Bij het zwijgen van de verdachten over de gang van zaken kan het dan lastig lijken om de rol van iedere verdachte in het geheel te bepalen. Dat is, althans zo leek het, een moeilijk te nemen hobbel in verband met de nadruk die de Hoge Raad is gaan leggen op het onderscheid tussen medeplegen en medeplichtigheid, zoals tot uitdrukking kwam in het (eerste) overzichtsarrest over het medeplegen. Daaruit kon worden afgeleid dat de Hoge Raad een – vergeleken met de tot dan deels gangbare praktijk - preciezere vaststelling van de rol van de deelnemers door de feitenrechter verlangde (HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474, NJ 2015, 390). Het gaat er immers om, aldus de Hoge Raad, dat de verdachte bij medeplegen een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict. Die bijdrage moet dan dus ook worden vastgesteld. In een tweetal arresten van 5 juli 2016 heeft de Hoge Raad echter aan de factoren die in aanmerking genomen kunnen worden bij de bepaling van de vraag of van medeplegen gesproken kan worden toegevoegd: de procesopstelling van de verdachte. Met die uitbreiding kan de sprong naar het medeplegen in sommige gevallen toch nog eenvoudig worden gemaakt. In de genoemde arresten ging het steeds om het kort na het gepleegd zijn van een (poging tot) inbraak aantreffen van een aantal personen in een auto, waarin zich van de inbraak afkomstige goederen c.q. bij de inbraak gebezigde inbrekerswerktuigen bevonden. En in beide gevallen was de klacht in cassatie dat de rol van de betreffende verdachte bij de inbraak zelf niet was vastgesteld, zodat de bewezenverklaring van het medeplegen onvoldoende was gemotiveerd. De Hoge Raad overwoog in beide gevallen als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8, en de alinea staat in dat document op bytes 25877 tot 28034.