Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017
Onder 3.15. Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:133.
Bij lezing van de overweging van de Hoge Raad onder 4.2.1. blijkt dat aan de eerdere ‘vooropstelling’ inderdaad een element is toegevoegd: voor het medeplegen van diefstal geldt dezelfde bewijsredenering als bij ‘enkelvoudig’ gepleegde diefstal. Aan het voorhanden hebben van gestolen goederen kan op zichzelf niet de conclusie worden verbonden dat deze door de verdachte zijn gestolen, maar feiten en omstandigheden kunnen maken dat diefstal wel bewezen kan worden geacht. “Voor het medeplegen van diefstal geldt hetzelfde”, aldus de Hoge Raad. Tevens expliciteert de Hoge Raad hier aan welke feiten en omstandigheden om de sprong naar diefstal te maken betekenis kan worden toegekend: daarbij kan een rol spelen of de verdachte een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor dat voorhanden hebben. Ook een weigering te verklaren valt daaronder: dan kan de rechter dat gegeven meewegen. Er is (ook) dan immers geen aannemelijke, de redengevendheid van het voorhanden hebben ontzenuwende, verklaring aanwezig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8, en de alinea staat in dat document op bytes 30339 tot 31373.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8 | shasum -a 256