Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017
Onder 3.18. Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:133.
Voorts acht ik van belang – en dat raakt de onderhavige zaak – dat bij de ‘bewijssprong’ naar het medeplegen, de Hoge Raad ook lijkt te eisen dat uit de bewijsmiddelen blijkt (of tenminste kan worden afgeleid) dat sprake is van het ‘door verenigde personen’ plegen van de inbraak zelf. Dat kon bijvoorbeeld in de hierboven aangehaalde gevallen blijken uit waarnemingen van getuigen, die meerdere personen bij het pand waar was ingebroken hadden gezien. Dat past ook bij het aangenomen grondfeit, waaraan vervolgens de verdachten als deelnemers worden gekoppeld. Het bijzondere is dus uiteindelijk dat uit het niet verschaffen van een aannemelijke verklaring de deelnemingsvorm medeplegen mag worden aangenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8, en de alinea staat in dat document op bytes 32577 tot 33312.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8 | shasum -a 256