Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017
Onder 3.20. Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:133.
Voorts heeft het hof overwogen dat de verklaring van de verdachte, dat hij in slaap was gevallen en niets heeft gemerkt van de diefstal onaannemelijk wordt geacht. Vervolgens overweegt het hof “dat uit het bovengenoemde proces-verbaal blijkt dat verdachte kort na de diefstal is aangetroffen in het voertuig waarin de buit zich bevond. In zijn directe nabijheid bevonden zich inbrekerswerktuigen. De verklaring van verdachte, die zou betekenen dat hij niet zou hebben gemerkt dat zijn mededader het voertuig tot stilstand heeft gebracht, is uitgestapt en na enige tijd de omvangrijke en relatief zware buit, kennelijk zonder lawaai te maken, heeft ingeladen, acht het hof volkomen ongeloofwaardig. Bij gebreke van een aannemelijke verklaring voor de bovenomschreven situatie kan het redelijkerwijze niet anders zijn dan dat verdachte de ten laste gelegde diefstal heeft medegepleegd.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8, en de alinea staat in dat document op bytes 34363 tot 35264.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8 | shasum -a 256