Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017
Onder 3.21. Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:133.
Ondanks het door mij hierboven uitgebreid behandelde gegeven, dat uit het voorhanden hebben van gestolen goederen onder omstandigheden (in beginsel) het bewijs van diefstal kan worden afgeleid, waarbij een belangrijke factor is of de verdachte daarvoor een aannemelijke verklaring heeft verschaft, meen ik dat de bewijsredenering van het hof hier toch een manco vertoont. Als ik de overweging van het hof goed begrijp, wordt daarin namelijk niet vastgesteld dat sprake is geweest van het ‘in vereniging’ zijn begaan van de diefstal van de pallets. Weliswaar noemt het hof de omvangrijke en relatief zware buit, maar het verbindt daaraan niet de – wellicht gelet op het dossier niet onbegrijpelijke - conclusie dan dat het niet anders kan dan dat meerdere personen aan het wegnemen en inladen van de pallets hebben bijgedragen en aldus sprake was van een in vereniging gepleegde diefstal. Het oordeel van het hof dat de verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van de inbraak kan aldus niet zonder meer volgen uit de bewijsvoering. De bewezenverklaring is derhalve ontoereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8, en de alinea staat in dat document op bytes 35329 tot 36443.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d1be3b389e79e0d546a60b79497c829b51982fe1d5d45674c1d07e504555ca8 | shasum -a 256