Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017

Onder 7.3 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1348.

Het Hof heeft in r.o. 4.10 en 4.11 overwogen dat dit wettelijke stelsel er toe leidt dat in het kader van de afgifte van de vergunning niet de belangen van de Inspecteur en/of de Staat worden meegewogen. Ik merk op dat dit juist is en in overeenstemming met de wettelijke opzet. De eerste regel van r.o. 4.11 luidt: ‘Het belang van de Inspecteur is de juiste uitvoering van een belastingwet.’ Naar mijn mening houdt het wettelijke stelsel hier in dat de Inspecteur aldus uitvoert dat wordt uitgegaan van de afgegeven vergunning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbf618c6e6f65f4a13057e61149620b6de6ad2c77294fd0836a01fe807c566a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbf618c6e6f65f4a13057e61149620b6de6ad2c77294fd0836a01fe807c566a2, en de alinea staat in dat document op bytes 83974 tot 84583.