Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1348.

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: Rechtbank) heeft vooropgesteld dat ingevolge de artikelen 4 tot en met 7 van de Wbm, grondwaterbelasting wordt geheven van een houder van een inrichting met betrekking tot het aantal kubieke meters onttrokken grondwater en dat de grondwaterbelasting op het tijdstip van de onttrekking verschuldigd wordt. Verder is overwogen dat op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Wbm van de grondwaterbelasting zijn vrijgesteld de onttrekkingen ten behoeve van koude- en warmteopslag door middel van een inrichting waarbij grondwater wordt onttrokken en vervolgens in een gesloten systeem weer volledig wordt teruggevoerd in hetzelfde watervoerende pakket als waaraan het is onttrokken, voor zover dat in overeenstemming is met de voorwaarden welke daartoe zijn gesteld in de vergunning die voor het onttrekken en terugvoeren van water is verleend ingevolge de Waterwet (voorheen: de Grondwaterwet).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbf618c6e6f65f4a13057e61149620b6de6ad2c77294fd0836a01fe807c566a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbf618c6e6f65f4a13057e61149620b6de6ad2c77294fd0836a01fe807c566a2, en de alinea staat in dat document op bytes 23718 tot 24690.