Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1348.

De Staatssecretaris vervolgt dat het Hof terecht de volgende omstandigheden heeft aangemerkt als bijzondere omstandigheden die doorbreking van de formele rechtskracht voor wat betreft de Wbm rechtvaardigen: (1) dat de Inspecteur zijn belang om ten tijde van het belastbare feit de vrijstelling te (kunnen) toetsen aan de dan geldende vergunning niet heeft kunnen inbrengen in de vergunningenprocedure; (2) het oogpunt van de uitvoerbaarheid van de Wbm; en (3) van een gelijke behandeling van gelijke gevallen. Door in dit geval uit te gaan van de vergunning die bestond op het moment waarop het belastbare feit zich voordeed, wordt juist het belang van de rechtszekerheid gediend. Voor zijn stelling dat het terecht is om van de vergunning uit te gaan die bestond op het moment waarop het belastbare feit zich voordeed [cursivering A-G] heeft de Staatssecretaris tevens verwezen naar de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2014 waarin, zo stelt de Staatssecretaris, dat Gerechtshof heeft overwogen dat een wijziging van een vergunning met terugwerkende kracht niet afdoet aan het feit dat in de betreffende jaren meer grondwater is onttrokken dan ter hoogte van de op dat moment vergunde maxima. De Hoge Raad heeft die zaak bij arrest van 5 juni 2015 , afgedaan met toepassing van artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbf618c6e6f65f4a13057e61149620b6de6ad2c77294fd0836a01fe807c566a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbf618c6e6f65f4a13057e61149620b6de6ad2c77294fd0836a01fe807c566a2, en de alinea staat in dat document op bytes 36139 tot 37690.