Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017
Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1348.
Bij schriftelijke reactie daarop heeft belanghebbende nader ad (i) gesteld dat uit het oordeel van het Hof niet volgt dat er meerdere omstandigheden zijn geweest die hebben geleid tot het oordeel de formele rechtskracht voor de Wbm te doorbreken. Belanghebbende heeft voorts gewezen op het arrest van de civiele kamer van de Hoge Raad van 23 februari 2007 waarin de Hoge Raad volgens de belanghebbende heeft overwogen dat het enkele feit dat men geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Awb, in de administratieve procedure geen dermate klemmende bijkomende omstandigheid vormt die kan leiden tot doorbreking van de formele rechtskracht. Belanghebbende stelt tevens dat het door de Staatssecretaris genoemde arrest van 5 juni 2015 relevantie mist, nu het Gerechtshof in die zaak niet aannemelijk heeft geacht dat de vergunning met terugwerkende kracht was herzien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbf618c6e6f65f4a13057e61149620b6de6ad2c77294fd0836a01fe807c566a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbf618c6e6f65f4a13057e61149620b6de6ad2c77294fd0836a01fe807c566a2, en de alinea staat in dat document op bytes 39664 tot 40621.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbf618c6e6f65f4a13057e61149620b6de6ad2c77294fd0836a01fe807c566a2 | shasum -a 256