Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017

Onder 3.3.2. (…) Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1349.

Voorop moet worden gesteld dat wanneer tegen een beschikking een met voldoende waarborgen omklede administratiefrechtelijke rechtsgang heeft opengestaan (zoals die ingevolge de Wet Arob), de burgerlijke rechter, zo deze beroepsgang niet is gebruikt, in geval de geldigheid van de beschikking in het voor hem gevoerde geding in geschil is, ervan dient uit te gaan dat die beschikking zowel wat haar wijze van tot stand komen als wat haar inhoud betreft in overeenstemming is met de desbetreffende wettelijke voorschriften en algemene rechtsbeginselen. Dit geldt in beginsel ook dan, indien dit de burgerlijke rechter ertoe zou nopen aan zijn uitspraak de rechtsgeldigheid ten grondslag te leggen van een beschikking waarvan als vaststaand mag worden aangenomen dat zij, als daartegen tijdig administratiefrechtelijk beroep zou zijn ingesteld, zou zijn vernietigd. De daaraan verbonden bezwaren kunnen evenwel door bijkomende omstandigheden zo klemmend worden dat op dat beginsel een uitzondering moet worden aanvaard. Of voor zulk een uitzondering plaats is, hangt bijgevolg af van de bijzonderheden van het gegeven geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d09a9b658e2e69ada3f15b25274b98eba4d9056483a9b686855c9e9d9462ed8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d09a9b658e2e69ada3f15b25274b98eba4d9056483a9b686855c9e9d9462ed8a, en de alinea staat in dat document op bytes 68659 tot 69793.