Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2017

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1367.

Op enig moment zou [betrokkene 3] tegen veroordeelde hebben gezegd dat er geld op zijn rekeningen zou komen en dat veroordeelde dat er dan van af moest halen. Vervolgens zou veroordeelde bijna dagelijks door [betrokkene 3] en [betrokkene 2] met de auto zijn opgehaald en naar banken zijn gereden, waar veroordeelde dan geldbedragen van zijn rekeningen zou hebben moeten opnemen. De pinpassen daarvoor zouden door [betrokkene 3] en [betrokkene 2] aan de veroordeelde telkens in de auto zijn gegeven. De laatste keer dat veroordeelde op deze wijze geld van de rekeningen zou hebben moeten opnemen, zou de zaterdag voor zijn aanhouding zijn geweest (1 december 2007). De opgenomen geldbedragen zou veroordeelde aan [betrokkene 3] en [betrokkene 2] hebben moeten afgegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02f68e608c1b4b38f2e764042ea75050890945c7bdd415fb75fe0b0dd1d29f58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02f68e608c1b4b38f2e764042ea75050890945c7bdd415fb75fe0b0dd1d29f58, en de alinea staat in dat document op bytes 15715 tot 16497.