Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2017
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1367.
13. In strafzaken is het vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat de omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf, mede gelet op het bepaalde in art. 29, eerste lid, Sv, niet tot het bewijs kan bijdragen. Dit uitgangspunt brengt niet mee dat, indien de verdachte voor – op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen – redengevende omstandigheden geen die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven, de rechter zulks niet in zijn overwegingen zou mogen betrekken. Het betekent echter wel dat de weigering van de verdachte te verklaren niet als bewijsmiddel mag worden gebezigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02f68e608c1b4b38f2e764042ea75050890945c7bdd415fb75fe0b0dd1d29f58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02f68e608c1b4b38f2e764042ea75050890945c7bdd415fb75fe0b0dd1d29f58, en de alinea staat in dat document op bytes 25060 tot 25889.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02f68e608c1b4b38f2e764042ea75050890945c7bdd415fb75fe0b0dd1d29f58 | shasum -a 256