Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2017

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1367.

3.3.6. Indien door of namens de betrokkene zo een gevolgtrekking wel voldoende gemotiveerd is betwist, dienen aan de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel nadere eisen te worden gesteld. In dat geval zal de rechter in zijn overwegingen met betrekking tot die schatting moeten motiveren op grond waarvan hij ondanks hetgeen door of namens de betrokkene tegen die gevolgtrekking en de onderliggende feiten en omstandigheden is aangevoerd, die gevolgtrekking aanvaardt. Indien de rechter de aan het financieel rapport of aan andere wettige bewijsmiddelen ontleende feiten en omstandigheden, die hij bij zijn oordeel daaromtrent betrekt en die redengevend zijn voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, in de overwegingen (samengevat) weergeeft onder nauwkeurige vermelding van de vindplaatsen daarvan, is aan de uit art. 359, derde lid, Sv voortvloeiende verplichting voldaan.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02f68e608c1b4b38f2e764042ea75050890945c7bdd415fb75fe0b0dd1d29f58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02f68e608c1b4b38f2e764042ea75050890945c7bdd415fb75fe0b0dd1d29f58, en de alinea staat in dat document op bytes 35120 tot 36126.