Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017

Onder 3.9. Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1371.

Maar of dit alles voldoende is voor het aannemen van medeplichtigheid vraag ik mij wel af. Het feit dat een verdachte wisselende verklaringen geeft en op bepaalde vragen het antwoord schuldig moet blijven biedt doorgaans nog onvoldoende grondslag voor het aannemen van het voor medeplichtigheid verlangde opzet. Het vermoeden dat een ander zich bezighoudt met criminele activiteiten, vanwege het waas van geheimzinnigheid waarmee die activiteiten aan het zicht worden onttrokken, en het besef dat men daarbij door bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van panden betrokken raakt, is ook nog onvoldoende voor een veroordeling voor medeplichtigheid aan hennepteelt. De medeplichtige moet immers minstens voorwaardelijk opzet hebben op het bevorderen van het geconstateerde gronddelict door het eigen handelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e010e7db8e7b8c8a169161a406933112e6b7c503b588302ecf13ba7d1304d497. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e010e7db8e7b8c8a169161a406933112e6b7c503b588302ecf13ba7d1304d497, en de alinea staat in dat document op bytes 15771 tot 16782.