Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2017

Onder 3.5.5. Parket bij de Hoge Raad 15 december 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1397.

In het onderhavige geval is de verkoopwaarde van de woning bepaald naar een tijdstip dat 22 maanden ligt vóór het tijdstip van de verkrijging door de kinderen van erflaatster. Als gevolg van een algemene waardedaling van woningen in de desbetreffende periode brengt dit mee dat de erfbelasting is berekend naar een hogere waarde dan op de sterfdatum kon worden gerealiseerd. Dat betekent echter niet dat de wetgever met de invoering van artikel 21, lid 5, SW is getreden buiten de hiervoor in onderdeel 3.5.4 vermelde ruime beoordelingsvrijheid. De wetgever mocht een zekere ruwheid aanvaarden omwille van een vereenvoudiging in de uitvoering van de SW. Van die praktische regeling, die aanknoopt bij de voor het desbetreffende kalenderjaar geldende WOZ-waarde, kan niet kan worden gezegd dat zij elke redelijke grond ontbeert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb6e28b6c731df97eee4ab3708d154974395e51f22e52c25a781b34495e32c40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb6e28b6c731df97eee4ab3708d154974395e51f22e52c25a781b34495e32c40, en de alinea staat in dat document op bytes 125933 tot 126776.