Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2017

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1397.

14. De rechtbank begrijpt dat eiser tevens bepleit dat er een regeling had moeten worden getroffen voor de volgens eiser nadelige fiscale gevolgen van de onteigening zo kort na de peildatum 1 januari 2013. Artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geeft de bevoegdheid om voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard welke zich bij de toepassing van de belastingwet mochten voordoen. Deze bevoegdheid komt echter niet toe aan de belastingrechter, maar is voorbehouden aan de Minister van Financiën. Ook vormen artikel 120 van de Grondwet en artikel 11 van de Wet algemene bepalingen een belemmering voor de rechter om formele wetgeving te toetsen op haar grondwettigheid, dan wel de innerlijke waarde of billijkheid van de wette beoordelen. De rechter kan een wet in formele zin slechts (gedeeltelijk) buiten toepassing verklaren indien en voor zover deze onmiskenbaar onverbindend is wegens strijd met het gemeenschapsrecht of met een ieder verbindende bepalingen van een verdrag. Zoals hiervoor is overwogen, is daarvan in het onderhavige geval geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb6e28b6c731df97eee4ab3708d154974395e51f22e52c25a781b34495e32c40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb6e28b6c731df97eee4ab3708d154974395e51f22e52c25a781b34495e32c40, en de alinea staat in dat document op bytes 18895 tot 20041.