Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2017

Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1397.

1 Bij het bepalen van de werkelijke waarde van een onteigend vermogensbestanddeel of effect of onteigende vordering of een ingevolge artikel 6:2, zesde lid, vervallen recht op nieuw uit te geven effecten wordt uitgegaan van het te verwachten toekomstperspectief van de betrokken financiële onderneming in de situatie dat geen onteigening zou hebben plaatsgevonden, en de prijs die, gegeven dat toekomstperspectief, op het tijdstip van onteigening zou zijn tot stand gekomen bij een veronderstelde vrije koop in het economische verkeer tussen de onteigende als redelijk handelende verkoper en de onteigenaar als redelijk handelende koper.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb6e28b6c731df97eee4ab3708d154974395e51f22e52c25a781b34495e32c40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb6e28b6c731df97eee4ab3708d154974395e51f22e52c25a781b34495e32c40, en de alinea staat in dat document op bytes 44387 tot 45038.