Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2017

Onder 2.3.2 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1433.

Ten tweede miskent het hof met zijn oordeel dat het door [verweerster] gelegde (individuele) beslag is opgegaan in het (algemene) faillissementsbeslag (art. 33 lid 2 Fw) en [verweerster] dus reeds vanaf de intrede van het faillissement niet langer een bijzondere positie had ten opzichte van (de opbrengst van) het onroerend goed; deze was gelijk aan die van de overige schuldeisers, jegens wie evenmin een (vergelijkbare) informatieplicht bestond. Bovendien is het niet aan de curator om te zorgen dat ná de vernietiging van het faillissement elke individuele crediteur zoveel mogelijk in de positie komt te verkeren waarin hij zich vóór de faillietverklaring bevond (nr. 2.7 cassatiedagvaarding).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb8bc027d40c40d6f84bc1c79e963f7e2bb3380389dc9544bb80cb9d664ac23b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb8bc027d40c40d6f84bc1c79e963f7e2bb3380389dc9544bb80cb9d664ac23b, en de alinea staat in dat document op bytes 42033 tot 42796.