Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2017

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1433.

Onderdeel 3 richt zich tegen ’s hofs oordeel in rov. 5.9 dat De Jong onrechtmatig heeft gehandeld door [verweerster] niet te informeren dat hij de gelden die hij onder zich hield uit hoofde van de verkoop van het onroerend goed aan de advocaat van [A] c.s. ter beschikking had gesteld, dat hij redelijkerwijze had behoren in te zien dat de belangen van [verweerster] aldus onvoldoende werden behartigd en hem daarvoor om die reden een persoonlijk verwijt treft, en dat dit meebrengt dat hij in persoon aansprakelijk is voor de schade. Geklaagd wordt dat dit oordeel ook blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, omdat het hof heeft miskend dat voor een veroordeling tot betaling van schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad in het onderhavige geval - gelet op de vereiste causaliteit - aannemelijk dient te zijn dat als De Jong aan [verweerster] had bericht dat de gelden van de faillissementsrekening waren overgemaakt naar de derdengeldenrekening van mr. Kurz, [verweerster] naar aanleiding van dat bericht tijdig stappen zou hebben ondernomen om het verhaal van haar vordering veilig te stellen. Het hof heeft niet vastgesteld dat van een dergelijk causaal verband sprake is (nr. 2.13 cassatiedagvaarding).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb8bc027d40c40d6f84bc1c79e963f7e2bb3380389dc9544bb80cb9d664ac23b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb8bc027d40c40d6f84bc1c79e963f7e2bb3380389dc9544bb80cb9d664ac23b, en de alinea staat in dat document op bytes 55287 tot 56608.