Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2017

Onder 8.15 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1435.

Voor zover belanghebbende bedoelt dat geen van de drie door het Hof gehanteerde criteria afzonderlijk het oordeel kunnen dragen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, gaat zij uit van een juiste rechtsopvatting. Voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW is blijkens het civiele arrest Thuiszorg Rotterdam/PGGM immers niet één enkel kenmerk beslissend. De Hoge Raad oordeelde dat ‘de verschillende rechtsgevolgen die aan de verhoudingen zijn verbonden, in hun onderling verband moeten worden bezien, gelet op alle ter zake dienende omstandigheden van het geval’. Blijkens het arrest HR BNB 2012/129 gaat ook de belastingkamer van de Hoge Raad hiervan uit. Anders dan belanghebbende lijkt te veronderstellen, heeft het Hof wel degelijk rekening gehouden met de drie criteria in samenhang en de specifieke omstandigheden van het geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85ebf8e5349c75eb1563a89cae196bf35605ce50d2eddd5598060d005a725c00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85ebf8e5349c75eb1563a89cae196bf35605ce50d2eddd5598060d005a725c00, en de alinea staat in dat document op bytes 238731 tot 239848.