Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017
Alinea 111 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1467.
22. Daar komt bij dat de beleving door [slachtoffer] van het gebeurde op zichzelf beschouwd niet van groot belang is voor de bewijsvoering. Zelfs als [slachtoffer] de aanslag als weinig serieus zou hebben ervaren, zou dat niet aan kwalificatie van het gebeurde als (medeplegen van uitlokking van) poging tot moord in de weg behoeven te staan. Doorslaggevend is wat [betrokkene 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben geweten en gewild, en of er een begin van uitvoering was. Het staat voorts volstrekt niet vast dat het hof aan dit deel van de verklaring van [slachtoffer] geloof heeft gehecht. Uit het deel van de verklaring van [slachtoffer] dat tot het bewijs is gebezigd, kan worden afgeleid dat [slachtoffer] de gebeurtenissen wel degelijk als (zeer) bedreigend heeft ervaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/231fa2b351dd3f242b28ffee3155e021409519dcba8f7e06579dad1b507c896f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 231fa2b351dd3f242b28ffee3155e021409519dcba8f7e06579dad1b507c896f, en de alinea staat in dat document op bytes 68279 tot 69078.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/231fa2b351dd3f242b28ffee3155e021409519dcba8f7e06579dad1b507c896f | shasum -a 256