Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017

Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1467.

24. Het vierde middel voert aan dat het hof tot een bewezenverklaring is gekomen in zaak A onder 1 primair terwijl deze bewezenverklaring berust op onderling tegenstrijdige bewijsmiddelen: ‘De aangever (bewijsmiddel 1) verklaart niets over een vuurwapen dat niet functioneerde. Hij verklaart dat de man het pistool met zijn linkerhand pakte en op hem probeerde te richten, waarna hij hard om help begon te roepen en de man wegrende. De aangever verklaart niet dat de persoon de trekker van het pistool heeft overgehaald’. Daarentegen verklaart de kroongetuige ‘dat hij met zijn rechterhand een vuurwapen uit zijn tas pakte en vervolgens dit wapen richtte op de borst van aangever (bm 4). Althans hij denkt dat hij het wapen op het bovenlichaam van de aangever heeft gericht, het ging allemaal zo snel (bm 5). Hij haalde vervolgens de trekker van het vuurwapen over, waarbij het wapen weigerde. Daarna heeft hij het wapen opgeborgen en is gevlucht’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/231fa2b351dd3f242b28ffee3155e021409519dcba8f7e06579dad1b507c896f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 231fa2b351dd3f242b28ffee3155e021409519dcba8f7e06579dad1b507c896f, en de alinea staat in dat document op bytes 69166 tot 70174.