Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017

Onder 24 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1489.

33. De steller van het middel meent dat, gezien de omstandigheid dat de verdachte en haar echtgenoot sinds de aangifte van de belaging (op 5 september 2014) geen contact meer hebben gezocht met het slachtoffer, de motivering van de oplegging van het contactverbod en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan van het hof onbegrijpelijk is. Natuurlijk kan er verschillend worden gedacht over nut en noodzaak van een dadelijk uitvoerbaar contactverbod in het onderhavige geval, maar in het licht van alle door het hof bij de oplegging van de sanctie in aanmerking genomen omstandigheden kan ik de steller van het middel niet volgen in het oordeel dat de motivering onbegrijpelijk is. Het middel treft geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca9f386eb0b10a184b4de2121f49a5f567693927a3d324460990742562a64f4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca9f386eb0b10a184b4de2121f49a5f567693927a3d324460990742562a64f4c, en de alinea staat in dat document op bytes 39281 tot 40063.