Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2017

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1504.

Uit de beginselen die ten grondslag liggen aan art. 5 EVRM vloeit − behoudens bijzondere omstandigheden – een recht van de betrokkene voort op rechtsbijstand in procedures over voortzetting, schorsing of beëindiging van zijn vrijheidsbeneming. Blijkens de uitspraak van het EHRM in de zaak Megyeri/Duitsland geldt dit ook voor een persoon die onvrijwillig is opgenomen in een psychiatrische inrichting . In de rechtspraak vóór de inwerkingtreding van de Wet Bopz werd een recht op rechtsbijstand al afgeleid uit het stelsel van de Krankzinnigenwet, de eisen van een goede procesorde en/of het arrest van het EHRM inzake Winterwerp/Nederland . Van procedurele rechten, zoals het recht om tijdens de zitting te worden bijgestaan door een advocaat, kan in beginsel afstand worden gedaan door de rechthebbende (een zgn. ‘ waiver’ ). Zulke afstand van recht moet uit vrije wil zijn gedaan, moet ondubbelzinnig kunnen worden vastgesteld en moet met minimumgaranties zijn omgeven die in verhouding staan tot het belang van het recht dat wordt prijsgegeven .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80fbebecb923d092e023277d005baf88b85b760d2027010d55e64d307c112a41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80fbebecb923d092e023277d005baf88b85b760d2027010d55e64d307c112a41, en de alinea staat in dat document op bytes 12940 tot 14237.