Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2017

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1504.

In het strafprocesrecht, waar soortgelijke uitstelverzoeken aan de orde komen, behoort de feitenrechter bij de beoordeling van een verzoek tot aanhouding van de behandeling ter terechtzitting een afweging te maken van het belang dat met de verzochte aanhouding wordt gediend tegenover het belang van een voortvarende afdoening van strafzaken. Van die afweging behoort de strafrechter blijk te geven in een uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing . Het belang van een voortvarende afdoening kan een belang van organisatorische aard zijn (het niet ongebruikt laten van schaarse zittingscapaciteit, met name indien het uitstelverzoek pas zeer kort vóór de aanvang van de behandeling wordt gedaan), maar ook andere belangen kunnen betrokken zijn bij een voortvarende afdoening van strafzaken, zoals het belang van het slachtoffer of van potentiële slachtoffers.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80fbebecb923d092e023277d005baf88b85b760d2027010d55e64d307c112a41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80fbebecb923d092e023277d005baf88b85b760d2027010d55e64d307c112a41, en de alinea staat in dat document op bytes 17980 tot 18919.