Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2017
Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1550.
29. Op grond van art. 51f, eerste lid, Sv kan degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces. Voor een toewijzing van een vordering tot schadevergoeding is noodzakelijk dat sprake is van een voldoende (nauw) verband tussen het bewezen verklaarde handelen van de verdachte en de door de benadeelde partij geleden schade. De concrete omstandigheden van het geval zijn daarbij bepalend. Uit de wetsgeschiedenis van art. 51a, eerste lid, (oud) Sv kan worden afgeleid dat de schade voor vergoeding in aanmerking komt die rechtstreeks het gevolg is van het feit zoals in de tenlastelegging is omschreven. Niet is vereist dat ook de schade in de tenlastelegging wordt vermeld. Ook ten aanzien van de kring van gerechtigden tot schadevergoeding in een strafprocedure wordt niet te zeer vastgehouden aan de tekst van de tenlastelegging. Zo staat de omstandigheid dat de benadeelde partijen niet bij naam in de tenlastelegging en in de bewezenverklaring zijn genoemd niet aan de toewijzing van een vordering tot schadevergoeding in de weg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ceea92ea15f67922e4144558c98c2d5167bf2081f6578ff55eeae15657438477. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ceea92ea15f67922e4144558c98c2d5167bf2081f6578ff55eeae15657438477, en de alinea staat in dat document op bytes 36445 tot 37804.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ceea92ea15f67922e4144558c98c2d5167bf2081f6578ff55eeae15657438477 | shasum -a 256