Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2017

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1550.

“Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft aangever weliswaar een klacht ingediend, maar niet binnen drie maanden nadat hij kennis heeft genomen van het strafbare feit. De betreffende briefjes werden half oktober 2014 opgehangen en door aangever waargenomen, terwijl aangever pas op 7 februari 2015 een klacht heeft ingediend. Naar het oordeel van het hof is deze termijnoverschrijding echter een gevolg van het feit dat aangever niet goed is geïnformeerd door de politie. Aangever wilde immers meteen toen hij had geconstateerd dat de briefjes in het portiek hingen, aangifte doen. Mede door toedoen van de wijkagent, heeft aangever hier in eerste instantie van afgezien. Niet is gebleken dat de wijkagent aangever heeft geïnformeerd dat hij slechts drie maanden de tijd had om een klacht in te dienen, als hij de mogelijkheid van vervolging wilde openhouden. Ook heeft de wijkagent (die op 8 februari 2015 de aangifte opnam) aangever niet uitgelegd dat (vanwege het aantal incidenten dat zich inmiddels hadden voorgedaan) hij aangifte van belaging had kunnen doen (waardoor de klachttermijn geen belemmering voor vervolging zou zijn).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ceea92ea15f67922e4144558c98c2d5167bf2081f6578ff55eeae15657438477. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ceea92ea15f67922e4144558c98c2d5167bf2081f6578ff55eeae15657438477, en de alinea staat in dat document op bytes 11150 tot 12311.