Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2017
Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1550.
23. Uit de hiervoor geschetste context blijkt voldoende dat de uiting in de briefjes van de verdachte de strekking had om de eer en goede naam (morele integriteit) van de aangever aan te tasten, oftewel deze laatste te beledigen. Derhalve heeft het hof niet onbegrijpelijk kunnen oordelen dat de briefjes een beledigende inhoud voor de aangever hadden. Het (impliciete) oordeel van het hof dat met het ophangen van de briefjes in de portiek van het appartementencomplex, waarvan het appartement van de aangever deel uitmaakte, sprake is van eenvoudige belediging is gelet op de context waarin de uiting heeft plaatsgevonden, niet onbegrijpelijk, terwijl het hof tot een nadere motivering niet was gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ceea92ea15f67922e4144558c98c2d5167bf2081f6578ff55eeae15657438477. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ceea92ea15f67922e4144558c98c2d5167bf2081f6578ff55eeae15657438477, en de alinea staat in dat document op bytes 29501 tot 30284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ceea92ea15f67922e4144558c98c2d5167bf2081f6578ff55eeae15657438477 | shasum -a 256