Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2017

Onder 9.4. Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:157.

Hieruit blijkt dat het hof bij de weerlegging van de alternatieve scenario’s van de verdachte en [medeverdachte] de juiste maatstaf heeft gehanteerd. Dat het hof in zijn uitvoerige bewijsoverwegingen een paar keer de – ook naar mijn mening minder gelukkig gekozen – bewoordingen “overtuigd” of “overtuigend” heeft gebruikt, betekent nog niet dat het hof een verkeerde maatstaf heeft gehanteerd en/of de verdachte de bewijslast heeft opgedragen om de juistheid van zijn alternatieve scenario “overtuigend” aan te tonen, waarbij kennelijk gedoeld wordt op dezelfde maatstaf die geldt voor een bewezenverklaring van een strafbaar feit, namelijk dat de rechter door wettige bewijsmiddelen ervan overtuigd moet zijn, dat de verdachte het strafbare feit heeft begaan. Ik ben van mening dat uit de wijze waarop het hof het alternatieve scenario heeft weerlegd niet kan worden afgeleid dat het hof getoetst heeft aan een verderstrekkend criterium dan de aannemelijkheid c.q. de geloofwaardigheid van het alternatieve scenario. Ik lees de overwegingen van het hof zo, dat het niet van de aannemelijkheid van de door de verdachte geschetste gang van zaken overtuigd is geraakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a119de6ca1a18725c73d333f270f4ee3ca65237159fbeb926636b215469dadcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a119de6ca1a18725c73d333f270f4ee3ca65237159fbeb926636b215469dadcf, en de alinea staat in dat document op bytes 34984 tot 36182.