Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2017

Alinea 151 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1584.

Maar het hof stelt wel het volgende vast. Beide slachtoffers zijn gedood met een nekschot (nr. 27 en 28) waaruit volgt dat ze van achteren zijn beschoten. Van één kogel is de schotbaan gereconstrueerd als schuin van boven naar beneden met een beschadiging in de wand op kniehoogte (nr. 29). Het is niet aannemelijk dat de slachtoffers spontaan in een positie zijn gaan staan/knielen (met het hoofd voorover gebogen) waarin ze een nekschot konden krijgen, zodat ervan mag worden uitgegaan dat ze in een dergelijke positie gedwongen zijn. (…) Verder gelooft het hof [verdachte] niet waar deze verklaart dat hij niet weet waar de jongens zijn geraakt, immers [verdachte] verklaart in één moeite door dat zijn gevoel dat die jongens direct dood waren meer komt door de plaats waar ze geraakt waren door de kogels (nr. 35). Dit betekent dat [verdachte] weet waar de slachtoffers zijn geraakt, en van algemene bekendheid is dat een nekschot een probaat middel is om onmiddellijk de dood te veroorzaken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc5972db09cd9cbb860c6527ef010012d1506150b7db4068128304ae0fe6e82e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc5972db09cd9cbb860c6527ef010012d1506150b7db4068128304ae0fe6e82e, en de alinea staat in dat document op bytes 46693 tot 47708.