Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2017
Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 8 december 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1609.
De betekenis die toekomt aan de omstandigheid dat de PTED-methode als gevolg van het CVZ-advies uit 2002 althans tot 2006 als “gebruikelijk” werd aanvaard, verschilt, al naar gelang het bedoelde standpunt berust op een beoordeling van de endoscopische hernia-operatie met daadwerkelijke inachtneming van de verschillende uitvoeringsvarianten daarvan, met name wat betreft de (mogelijk verschillend te waarderen) benaderingswijzen van de lumbale hernia, dan wel berust op een achteraf onjuist gebleken generalisatie van de endoscopische hernia-operatie waarbij niet tussen de verschillende (en mogelijk uiteenlopend te waarderen) benaderingstechnieken is gedifferentieerd. Indien (zoals het hof kennelijk heeft aangenomen) het CVZ de “gebruikelijkheid’ van de endoscopische transforaminale hernia-operatie in 2002 willens en wetens (en op grond van een daadwerkelijke beoordeling van die uitvoeringsvariant) als gebruikelijk zou hebben aanvaard, is het niet onbegrijpelijk dat het hof daaraan met betrekking tot de stelplicht en bewijslast van partijen ten aanzien van de vraag of die uitvoeringsvariant in 2006 al dan niet (nog) tot de stand van de wetenschap en praktijk behoorde, en, meer in het bijzonder met betrekking tot de stelplicht dienaangaande van Menzis, consequenties heeft verbonden, dan wel van een rechterlijk bewijsvermoeden ten gunste van [verweerster] is uitgegaan. Dergelijke consequenties liggen echter niet voor de hand (en verdienen minst genomen nadere motivering), indien (zoals naar ik meen het geval is) ervan moet worden uitgegaan dat de generieke “gebruikelijkverklaring” van de endoscopische hernia-operatie in 2002 onbedoeld en ten onrechte ook de transforaminale variant heeft omvat. Hetzelfde geldt voor de relativering van de adviezen en standpunten van het CVZ vanwege de “wisselende” waardering door het CVZ van de PTED-methode. Van wisselende standpunten, in die zin dat het CVZ in 2006 zou zijn teruggekomen van een in 2002 welbewust en weloverwogen standpunt met betrekking tot de “gebruikelijkheid” van endoscopische transforaminale hernia-operaties, is geen sprake; naar in 2006 aan het licht kwam en in 2008 is bevestigd, had het advies uit 2002 onbedoeld een te ruime strekking, omdat daarin niet tussen de verschillende uitvoeringsvarianten van de endoscopische hernia-operatie was gedifferentieerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55cd7bc4ba68db6a65fac6d59a148d8c8bb8ca7fc4540c3c0c46f8b71eae344d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55cd7bc4ba68db6a65fac6d59a148d8c8bb8ca7fc4540c3c0c46f8b71eae344d, en de alinea staat in dat document op bytes 159387 tot 161764.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/55cd7bc4ba68db6a65fac6d59a148d8c8bb8ca7fc4540c3c0c46f8b71eae344d | shasum -a 256