Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2017

Onder 4.15 Parket bij de Hoge Raad 8 december 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1609.

De klacht dat het hof bij de beoordeling van het CVZ-standpunt uit 2006 geen (kenbare) aandacht zou hebben besteed aan het rapport uit 2008, mist feitelijke grondslag. Uit rov. 2.9 van het tweede tussenarrest blijkt dat het hof het CVZ-rapport uit 2008 wel degelijk in zijn oordeel heeft betrokken, maar ook daarin onvoldoende grond heeft gezien voor de conclusie dat de PTED-methode in 2007 niet conform de stand van de wetenschap en praktijk was. Volgens het hof kleeft aan het CVZ-rapport uit 2008, evenals aan het CVZ-advies uit 2006, het gebrek dat daaruit niet blijkt dat het CVZ met van de heersende leer afwijkende opvattingen rekening heeft gehouden. Bovendien zou ook uit het rapport uit 2008 onvoldoende blijken dat en zo ja, in hoeverre rekening is gehouden met het aantal in de praktijk volgens de PTED-methode uitgevoerde behandelingen. Evenals ten aanzien van het advies uit 2006 het geval is, hangt ook de betekenis die aan het CVZ-standpunt uit 2008 moet worden toegekend, mede af van een nadere beoordeling van de door het hof aangenomen tekortkomingen. Zoals hiervóór (onder 4.13) vermeld, zien daarop de onderdelen c-g, die ik hierna zal bespreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55cd7bc4ba68db6a65fac6d59a148d8c8bb8ca7fc4540c3c0c46f8b71eae344d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55cd7bc4ba68db6a65fac6d59a148d8c8bb8ca7fc4540c3c0c46f8b71eae344d, en de alinea staat in dat document op bytes 172208 tot 173391.